From Friends to Foes

De randslachtoffers van de Coronacrisis waar niet over gesproken wordt

2 augustus 2020

Alleen als je Cafe Weltschmertz, Blue Tiger Studio’s, Ongehoord Nederland of Viruswaanzin kijkt, naar demonstraties gaat waar artsen, wetenschappers, juristen of andere deskundigen het woord voeren, heb je enig idee dat het aantal randslachtoffers vele malen hoger ligt dan het hele virus kan tellen.

De economie, MKB, evenementenbranche, horeca, freelance creatieven, mensen die geen afscheid hebben kunnen nemen van dierbaren, opgesloten bejaarden en geestelijk gehandicapten, zelfmoorden, eenzaamheid, psychische impact van de maatregels, om er maar een stal te noemen. 

Zo wil ik er één benoemen die ik in chats tegenkom en ook zelf ervaar,
vriendschap. Vriendschap die soms naar vijandschap verandert omdat je lijnrecht tegenover elkaar bent komen te staan en beseft dat het contact met de ander niet meer gebaseerd is op vertrouwen. Je weet dat jij wel te vertrouwen bent, maar je vriend(in) kun je niet meer vertellen waar je mee bezig bent, wat je weet en dat als je niets doet, het leven zoals jij het wilt voorbij is. Je vriend(in) gaat mee in de zwendel. Gelooft wat de overheid en hun wetenschappers en zogenaamde experts hen voorschotelen. Enig zelfbewustzijn of zelfdenkend vermogen lijkt overboord te zijn waarin zij logica niet kunnen zien of erkenning hebben voor dat wat er gaande is en hoe ongelofelijk ze ten eerste bang worden gemaakt en gehouden en ten tweede in de maling worden genomen. Zij behoren tot een massa die doof, blind en zwijgend alle regels netjes opvolgt en dit aan anderen opdringt omdat zij in angst leven.

Je kunt hen niet bereiken, ze willen het niet weten, worden boos, zijn
verontwaardigd en zien zichzelf als zeer sociaal omdat ze rekening houden met hun omgeving, zich niet beseffende dat er in toestemmen ze zowel zichzelf als de ander vastzetten.

Want het is oorlog. Er rijden echter geen tanks door de straten, geen
soldaten met geweren, geen vernietiging van huizen, er is nog volop te eten, je mag en kunt naar buiten, je mag mensen uitnodigen en in de auto stappen om ergens naartoe te gaan. Dus dat gevoel dat het oorlog is, hebben alleen zij die wakker zijn. Je voelt echter het verlies van dierbaren daar is. Ze leven echter nog. Iets dat voor verwarring zorgt, want waar ligt het echte verlies. Je kunt er in wezen nog naartoe. Ware het niet dat je weet dat je beter je mond kunt houden om je vriendschap veilig te stellen. Het voelt echter niet veilig, want je kunt niet meer open en eerlijk zijn. Hen niet meer in vertrouwen nemen omdat er geen klankbord is en het op weerstand duidt.

Je strijdt echter niet alleen voor jezelf, voor je eigen gezin of dierbaren,
zo ook voor je vrienden, maar eigenlijk voor de gehele bevolking. Soms kruipt de gedachte je binnen dat ze het verdienen omdat ze weigeren hun ogen open te doen en ze ogenschijnlijk het lot van henzelf en hun dierbaren weg lijken te geven.
Overgaand in een gevoel van radeloosheid, ook hen te willen beschermen, gaan er gedachten door je heen van wat kan ik doen of zeggen, naar een gevoel van moeten loslaten en hen hun lot tegemoet te laten gaan. Een lot dat je niet voor jezelf wilt en niet voor hen, maar dat het hun keuze is. In discussies komen er vanuit hun kant de woorden dat we verschil van mening kunnen hebben en omdat zij niet zien wat er gaande is en ze in de veronderstelling zijn dat hun mening verder geen gevolgen heeft. Alsof het een verschil in mening is over lievelingskostjes, weet jij dat dit verder gaat en kun je zeggen dat het verschil hem er inzit dat hun mening jou vastzet en die van jou hen vrij.

Toch, de situatie doet pijn. Het doet verdriet. Het maakt boos en machteloos.
Het voelt als een verwerking van rouw omdat bij jou het besef is dat je, als
deze agenda verder wordt uitgerold, je elkaar niet meer zult zien. Jij als
vrijheidsstrijder zal enig vrij leven ontnomen worden, waarin zij toestemmen uit angst, meegaan in de propaganda en blind vertrouwen, uiteindelijk meewerken jou in jouw zijn te elimineren. Een lot dat ook hen treft, maar dan zonder jouw toedoen.

Deze psychische impact is het gevolg van deze crisis. Een crisis waar niet
door het ‘gewone’ volk voor gekozen is en zij ook nooit voor gekozen zouden hebben. Wederom trekken de ‘soldaten’ door de straten terwijl de bevelhebbers veilig in hun bedje liggen. Die bepalen wat er met wie gebeurd en geen ene donder om onze dierbaren, onze familie, onze vrienden geven. Niet om de band, niet om de jaren, niet om de liefde die onder druk komt te staan en zelfs kapot gaat.

Dus ik heb verdriet om mijn verlies. Ik heb verdriet om hen die nog leven
maar toch zijn heengegaan. Ik heb verdriet om wat er was en wat weg is. Ik ben in rouw.